Wat moet dat bijzonder zijn geweest, de wonderbare spijziging! Marcus schrijft dat er zo’n vijfduizend mannen waren, vrouwen en kinderen niet meegerekend. Er waren dus misschien wel twintigduizend mensen. Toen die honger kregen, zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Geven jullie hen maar te eten.’ Zij antwoordden: ‘We kunnen in deze buurt nooit zoveel brood halen!’ Maar Jezus had een plan. Hij liet de mensen in kleine groepjes zitten en vroeg: ‘Wat hebben jullie dan wél?’ Ze hadden vijf broden en twee vissen.

Je kent het vervolg: Jezus nam de broden en vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en terwijl de leerlingen hun manden onder zijn handen hielden, bleef Hij het brood vermenigvuldigen.

Maar zo staat het er niet! Marcus schrijft dat Jezus de broden brak en aan zijn leerlingen gaf om ze uit te delen. Jezus had vijf broden en twee vissen, dus als je dat over twaalf leerlingen verdeelt, is het een eenvoudige rekensom. Twee discipelen kregen een vis, de anderen allemaal een half brood om uit te delen. Maar toen zij op de mensen afgingen om iedereen een stukje te geven, vermenigvuldigde het in hun eigen handen. Het wonder van vermenigvuldiging gebeurde niet in de handen van Jezus, maar in de handen van zijn volgelingen!

Als wij iets aan Jezus geven, kan Hij er altijd meer van maken. We zijn vaak zo gericht op wat we niet hebben en niet kunnen. Begin net als Jezus te danken voor wat je wel hebt. En dat wat je niet hebt, dat zal Jezus je geven. Hij geeft het terug aan jou, zodat jij het wonder door je eigen handen heen ziet gebeuren. Durf jij te geloven dat er bovennatuurlijke dingen kunnen gebeuren door jou heen?

“Toen zei Hij: ‘Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.”
Marcus 6:38