In de tijd van Job was Jezus nog niet in beeld. En tóch was er sprake van een uitzonderlijke bescherming in het leven van Job. De duivel kon hem niet aanraken. Hoe was dit mogelijk? Ik geloof dat het te maken heeft met het spreekwoord: wie goed doet, wie goed ontmoet. Leef je rechtvaardig en geef je vanuit je hart? Dan komen er automatisch mooie dingen op je pad. Dat zie je ook vandaag de dag gebeuren: goede mensen die met goede bedoelingen goede dingen doen. Ze plukken er de vruchten van, absoluut. Het is een wetmatigheid van God.

Stop dus nooit het goede te doen, want dat is alleen maar goed voor je. Maar wat wel belangrijk is om te weten: je kunt niks verdienen bij God. Je goede gedrag voegt zogezegd niets toe. Maar dat idee had Job wel: als ik het goede doe, verdien ik een goed leven. Niemand leefde zo rechtvaardig als hij. Dat viel ook God op. En zelfs zo, dat Hij tegen satan zei: “Kijk eens wat voor een fantastische gast die Job is! Heb je hem al gezien?” “Ach”, antwoordde satan, “als alle comfort om hem heen wegvalt, piept hij wel anders!” Waarop God zei: “Doe wat je wilt, maar kom niet aan zijn leven.”

Dan slaat satan genadeloos toe. Job verliest in één dag ALLES wat ‘m lief is: z’n huis, z’n bedienden, z’n kudde en z’n kinderen. En als klap op de vuurpijl komt er ook nog een bediende aangesneld, met een vreselijke mededeling: “Het regent vuur uit de hemel! God doet dit om jouw bezittingen te vernietigen. Hij heeft zich tegen je gekeerd!” Zie je wat er hier gebeurt? Satan slaat toe, maar God krijgt er de schuld van. Herken je dit? Hoe vaak worden we, zowel van buitenaf als van binnenuit, aangeklaagd door de uitspraak ‘God heeft zich tegen je gekeerd’?

Zelfs na alle ellende maakt Job God geen verwijten. Onvoorstelbaar! Ik zou zeggen: bijna onmenselijk! Hij zegt: “Heer, ik heb alles van U gehad, kennelijk heeft U het weer van me afgenomen.” Opnieuw zie je hier een misvatting. Want God nam niet van Job, het was Satan die van hem roofde. Dit Bijbelgedeelte wordt nog wel eens aangehaald bij moeilijke gebeurtenissen. We zeggen: “De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen.” Maar is dit echt op z’n plaats?

We leven in een gebroken wereld, waarin satan uit alle macht probeert ruimte in te nemen. Wij, als kinderen van God, mogen daarover leren heersen. Hij is immers een verslagen vijand. En natuurlijk betekent dat niet dat we onaantastbaar zijn. Maar laten we bij tegenslagen helder voor ogen houden wie onze God is: een liefhebbende Vader die geen onheil op ons afstuurt. Hij kent ons hart en weet hoe het verhaal kan aflopen… net als bij Job!