Het verhaal van Mefiboset valt een beetje onder de ‘vergeten Bijbelverhalen’. Maar de achterliggende boodschap is zó mooi, dat ik die graag met je deel. Mefiboset is de zoon van Jonathan, kleinzoon van koning Saul. Hij raakt op jonge leeftijd verlamd, omdat zijn verzorgster hem laat vallen. Nadat zijn vader en opa omkomen in de strijd, verblijft hij lange tijd op een afgelegen plek, afgezonderd en alleen. Veel om trots op te zijn heeft hij niet; zijn handicap staat hem behoorlijk in de weg. Gek genoeg betekent zijn naam: ‘wie schande ademt’.

Wat hij op dat moment misschien niet weet, is dat zijn vader en koning David boezemvrienden zijn geweest. David heeft Jonathan beloofd altijd goed te zullen zijn voor zijn nageslacht. Op het moment dat Jonathan in de strijd omkomt, krijgt David te horen van het bestaan van Mefiboset: een kreupele jongen, die wel degelijk onderdeel uitmaakt van de koninklijke familie. David wil hem dolgraag ontmoeten!

Mefiboset verblijft in afzondering… tót het bericht hem bereikt: de koning wil je spreken. Met gemengde gevoelens moet hij zijn kant op zijn gegaan. Normaliter zou iemand als hij namelijk een gevaar voor het Koninklijk huis vormen. Hij had immers recht op de troon waar David op zat. Toen hij bij koning David arriveerde, boog hij diep voorover. Maar David stelde hem gerust: “Wees niet bang, ik zal je goed behandelen! Dat ben ik je vader verplicht. Vanaf nu ben je elke avond bij mij aan tafel te gast.”

Wat een opluchting voor Mefiboset! Op het moment dat je denkt een kopje kleiner gemaakt te worden, zegt de koning: je bent mijn eregast, je mag bij mij aan tafel, ik geef je jouw erfenis terug! In dit verhaal is David (betekenis: de Geliefde) een beeld van Jezus. Jezus nodigt ons uit om te komen zoals we zijn. Hij heeft een tafel voor ons voorbereid en zegt: “Kom je zoals je bent? Met je eenzaamheid? Je gebrokenheid? Je handicap? Want laten we eerlijk zijn: we hebben allemaal wel een handicap. Ook ik! Tekortkomingen waar we ons voor schamen. God ziet het ondanks ons falen met ons zitten en zegt: “Er is een plek bij de Vader voor jou aan tafel!”