Op een dag gaat Jezus naast de offerkist in de tempel zitten en kijkt persoonlijk mee hoeveel iedereen erin stopt. Stel je voor dat jouw dominee dat zou doen! Wij zouden zeggen: dat gaat hem niks aan. Maar Jezus kijkt ongegeneerd mee. Aan het einde van de dag trekt Hij de volgende conclusie: bijna iedereen heeft gegeven vanuit zijn overvloed, behalve de weduwe. Zij gaf alles wat ze had. Het waren maar een paar muntjes, maar Jezus keek naar haar hart en wist dat ze eigenlijk alles gaf.

Weet je wat mij raakt aan dit verhaal? Jezus zei niet tegen deze weduwe: ‘Ach, wat zielig. Nu heb je niets meer. Hier heb je je muntjes terug.’ Nee! Jezus wist wat een zegen het is om te kunnen geven. Als we geven aan God wat we hebben, kan Hij meer maken van wat we aan Hem toevertrouwen.

Er staat nog zo’n verhaal over een weduwe in de Bijbel, uit de tijd van Elia. Er kwam een grote hongersnood en daarom stuurde God de profeet naar deze weduwe toe. Toen Elia haar vroeg om wat water, antwoordde ze: ‘Helaas, ik heb niks. Ik sprokkel wat hout om een koek te bakken voor mij en mijn zoon en daarna zullen we sterven van de honger.’ Elia reageerde eigenlijk bizar. Hij zei: ‘Ik begrijp het, maar bak dan eerst even een koek voor mij.’

God had er geen moeite mee om dat kleine beetje wat die arme vrouw had, óók nog van haar te vragen. Maar de vrouw gaf het en daarna deed God een wonder. Ze kwam niets meer tekort!

Bij God kom je nooit bedrogen uit. Ook als je maar een beetje te geven hebt, God kijkt vooral naar je hart. Stap in Gods systeem van geven en ontvangen. Je kunt nooit méér geven dan God. Zijn hart brandt van verlangen om toe te voegen aan wat jij aan zijn handen toevertrouwt.

“Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid.”
Marcus 12:43