2016-blogs-website25Het is najaar. De laatste dag van de campagne ligt achter me. Ik zit op de luchthaven en wacht op mijn vliegtuig. Wat zie ík er naar uit om naar huis te gaan: het meest vertrouwde plekje ter wereld! Mij wordt vaak gevraagd of het zwaar is om elkaar vaak te moeten missen. Ik kan zeggen: dat is inderdaad niet makkelijk. We moeten waken voor een gezonde balans. Toch kan ik zeggen dat we, naast het gemis, zo ook ons voordeel halen uit mijn afwezigheid. Je weet namelijk pas écht wat je hebt, als je datgene tijdelijk niet in de buurt hebt. Elke keer als ik thuiskom van een verre reis, beleven we opnieuw ‘Honeymoon’ en genieten we extra veel van elkaar.

Terug naar de luchthaven… Daar duurt het wachten op het vliegtuig wel érg lang. Tot overmaat van ramp krijg ik te horen dat, vanwege een technische storing, er vandaag niet gevlogen wordt. Wat een teleurstelling! Mijn gedachten gaan uit naar mijn kleine mannetje. Hij is een paar duizend kilometer verderop naar bed gegaan in de wetenschap dat ik morgen thuiskom. Nu zal hij er een nacht bij op moeten tellen. Als hij dat maar begrijpt… Eenmaal thuis gekomen vliegen we elkaar om de hals. Ik vraag hem: “Wat wil je het liefst met papa doen?” Hij antwoordt: “Zullen we samen een boswandeling maken?” Natuurlijk wil ik dat! Vlak voor mijn thuiskomst had hij dit met zijn juf gedaan. Dat was hem goed bevallen, dus nu was het ‘mijn beurt’ om met hem mee te gaan.

Daar liepen we dan, hand in hand over het bospad, onze laarzen tot aan de rand gevuld met modder. Tijdens onze wandeling denk ik aan de wandelingen die ik zelf ook vaak door het bos maak. Tijdens deze wandelingen ga ik in gesprek met God. Ik stort mijn hart uit en probeer te luisteren naar Zijn stem. Op het moment dat ik daar aan denk, realiseer ik me dat het mijn verantwoording is om mijn kinderen te leren wandelen met God. Je kunt ze veel leren, maar wandelen met God is de allerbelangrijkste les die je ze mee kunt geven. Ik zeg tegen mijn zoon: “Jeem”(zijn naam is Jemuel). “Ja, pap”. “Als papa in het bos wandelt, praat hij graag met de Here God, zullen we dat nu ook doen?” “Dat lijkt me een goed idee”, antwoordt hij. Al wandelend doen we om beurten ons gebed.

Daarna wordt het stil. Het voelt nog niet helemaal compleet. Ik zeg: “Jeem, als papa in het bos wandelt, vraagt hij vaak of God nog iets wil zeggen. Zullen we dat nu ook doen?” “Dat lijkt me een goed idee”, was opnieuw zijn antwoord. We vragen God of Hij iets wil zeggen en worden stil. Daarna vraag ik: “En, heeft God nog iets tegen je gezegd?” “Ja!”, antwoordt hij. Nieuwsgierig als ik ben, zeg ik: “Wat dan?” In mijn hoofd probeer ik te bedenken wat God zou kunnen hebben gezegd tegen een jongen van vier. “Nou, God zei tegen mij dat Hij het ook heel leuk vindt om met ons in het bos te wandelen!” Wauw! Mjn mond valt open van verbazing. Wat een antwoord op maat! Natuurlijk spreekt God tot kinderen, dat weet ik, maar wat me zo raakte was dat Hij sprak in een taal die Jemuel begreep. Hij vindt het leuk om met zijn papa in het bos te wandelen en dan zegt God tegen hem: “Ik vind het ook leuk met jullie in het bos!” Wat hebben we toch een fantastische Hemelse Vader!

Onze grote God verlangt naar een intieme relatie met Zijn kinderen. Realiseer je, dat van alles wat je je kinderen kan en mag leren, het wandelen met God het allerbelangrijkste is.

David de Vos