Doen we iets ‘fout’, dan wordt dit in de christelijke wereld al gauw thuisgebracht onder de noemer ‘zonde’. Toch zou je ‘zonde’ ook kunnen beschouwen als ‘het verdoven van pijn’. Zondigen doe je namelijk doorgaans niet voor de lol. Waar iemand die pijn heeft (en dus zondigt) in essentie behoefte aan heeft, is een plek waar je onvoorwaardelijk geliefd bent. INCLUSIEF je pijn en gebrokenheid. Jezus is die plek.

‘Maar als iedereen die zondigt ‘zomaar’ welkom is in de kerk, loopt het toch uit de hand?’ hoor ik sommige christenen denken. ‘Ze mogen echt wel komen’, wordt gezegd. Maar indirect wordt bedoeld: ‘… als ze zich bekeren!’ Ik snap waar dit gedachtegoed vandaan komt, maar ik snap het ook weer niet. Ik geloof namelijk dat IEDEREEN welkom hoort te zijn in de kerk. Of je je nu ‘gedraagt’ of niet. Ik ben ervan overtuigd dat als mensen in de tegenwoordigheid van God komen en er ‘gewoon mogen zijn’, het hart vanzelf omdraait. Dat ze Jezus zien en leren kennen zoals Hij echt is.

Terwijl ik hier over nadenk, moet ook ik in de spiegel kijken en mezelf ervan behoeden dat ik lasten op mensen stapel. Dat als mensen mij horen spreken, ze niet denken: poeh, ik ben nog lang niet zoals Jezus! Ik moet nog flink aan de bak! Mijn wens is dat toehoorders naar huis gaan en zeggen: ‘Ondanks mijn tekortkomingen ziet Hij het zitten met mij! Ondanks dat ik er nog niks van snap, weet ik dat ik welkom ben.’

Een inclusief en open karakter: dat is waar de kerk van Jezus voor mag staan. Ja, ik ben voor een kerk die zijn doel niet misloopt (dat is waar zonde letterlijk voor staat). En tegelijkertijd ben ik voor geopende handen en harten als het gaat om mensen die rondlopen met zware, vaak ongevraagde bagage. Zonder veroordeling, zonder regeltjes, zonder een vooropgezet stappenplan. Laat niet je woorden, maar je leven spreken tot de levens van mensen die God (nog!) niet kennen.