Als de leerlingen van Jezus in een storm terechtkomen en Hij hen tegemoet wandelt over het water, slaat de angst toe. In eerste instantie denken ze dat het om een SPOOK gaat. Petrus probeert zijn angst te overschreeuwen door tegen Jezus te zeggen: “Als U het bent, zeg dan dat ik bij U mag komen.” Dit klinkt natuurlijk superheilig (wat een geloof had die Petrus!), maar was het niet gewoon onzekerheid? Twijfelde Petrus aan de stem die Hij had gehoord? Of die wel écht van Jezus was? Had hij geen genoegen kunnen nemen met de geruststellende woorden “Rustig maar, wees niet bang. Ik ben het!”?

Zodra Jezus hem uitnodigt, zet Petrus zijn eerste stappen op het water. Wat er daarna gebeurt, weten we allemaal: hij zakt weg en dreigt te verdrinken. Het is dat Jezus zijn hand vastgrijpt, anders was het goed misgegaan! Mijn vraag aan jou, maar ook aan mezelf is deze: als Jezus geruststellende woorden gebruikt om jou te kalmeren, zijn deze woorden dan genoeg voor jou? Of wil je nog steeds uit je boot stappen om zeker te weten dat Hij het is?

Jezus heeft er geen problemen mee om over het water te lopen. Het is zijn specialiteit! Het zijn wij, mensen, die er moeite mee hebben en die al snel in ‘eigen werken’ belanden. Ja, Jezus gaat in op Petrus’ vraag, maar het lukt Petrus alleen op water te lopen zolang zijn ogen op Jezus gericht zijn. Dat is precies zoals wij mensen in elkaar zitten: zodra je ogen op je omstandigheden zijn, houd je het niet vol en zink je weg. Maar op die momenten mogen we, net als Petrus, het uitschreeuwen naar Jezus. Want zijn hand is daar om je te redden uit je omstandigheden.

Ik daag je uit om Hem te vertrouwen op zijn Woord. En mocht je zo nu en dan toch nog in eigen werken vervallen en ‘verdrinken’? Weet dan dat Hij er is om je hand vast te grijpen. Hij zal je nooit aan je lot overlaten!