Petrus is ten dode opgeschreven. De nacht voordat hij terechtgesteld wordt, ligt hij te slapen in de gevangenis: tussen twee bewakers in en aan twee handen geketend. Best bijzonder, want: wie slaapt er nu als je de dood in de ogen kijkt? Opeens verschijnt er een groot licht: een engel! Maar Petrus ligt zo diep (!) te slapen dat hij niet wakker wordt. De engel moet hem wakker schudden!

Als Petrus ontwaakt, zegt de engel: ‘Doe je gordel om en trek je sandalen aan. Sla je mantel om en volg mij.’ Je kunt denken: niks geks aan, toch? Maar ik geloof dat deze details betekenis hebben. Want: waarom is het zo belangrijk dat als je uit de gevangenis ontsnapt, je je schoenen en jas aandoet? Ik zou zeggen: MAAK DAT JE WEGKOMT! Wegwezen hier! Wat kan jou die spullen nog schelen?

In dit verhaal zie je dat Petrus letterlijk gevangen zit. Dat is bij de meesten van ons niet het geval, maar we kunnen ons wel in een mentale gevangenis bevinden. Op die momenten schuilt het gevaar dat je vergeet wie je bent en waarom je leeft. Gedachten als ‘dit was het!’ of ‘ik ben bij het eindstation aangekomen’ kunnen je overvallen. Net als bij Petrus.

Maar juist op dat moment zegt God: ‘Petrus, vergeet niet wie je bent en doe je mantel om’. Een mantel staat ook wel voor identiteit: wie je bent en wat je opdracht is. Schoenen zeggen iets over waar je naartoe gaat: de bereidvaardigheid om het evangelie van Jezus te brengen. God zegt hier in feite: ‘Petrus, je bent nog niet klaar!’

Misschien zit jij in een mentale gevangenis en denk je: er komt vast niks van mijn dromen terecht. Ik bid dat God zal verschijnen en je zal aanraken. Ook tegen jou zegt Hij: ‘Kom op! Doe je mantel om! Trek je schoenen aan! Je bent nog niet klaar!’