Maar nu weet ik mij altijd bij U,
U houdt mij aan de hand en leidt mij volgens uw plan.
Psalmen 73:23-24

Ik weet nog goed dat mijn vader me leerde fietsen. Hij hield mijn fiets stevig vast, terwijl hij naast me mee rende. We maakten steeds meer vaart tot hij losliet. Wat een geweldig besef: ik fiets!

Een paar jaar geleden mocht ik mijn eigen zoontje leren fietsen. Al na een paar keer trappen reed hij de heg van de buren in, maar hij bleef het proberen. Steeds weer kwam hij overeind en kroop op zijn fietsje. Op een gegeven ogenblik kreeg hij de slag te pakken. Ik liet zijn zadeltje los en riep: ‘Manasse, je fietst!’ Hij begon alweer te slingeren, dus ik greep snel zijn zadel vast, maar hij dacht nog steeds dat hij los reed. Hij riep: ‘Ja pap, ik kan het! Ik ben de allerbeste fietser van de hele wereld!’

Ik lachte en dacht: ja, ja, maar als ik loslaat, lig je zo op de grond. Op dat moment besefte ik: hoe vaak zou God dat ook over ons denken? Je doet dingen voor de Heer en roept enthousiast: ‘Ik kan het!’ Maar als God zijn hand ook maar een beetje zou terugtrekken, zijn we nergens meer.

Toen ik mijn zoontje vasthield, terwijl hij juichte om zijn persoonlijke overwinning, was ik tegelijkertijd ook trots. Ik genoot van zijn vreugde-explosie. Ik denk dat God ook zo is. En wat is het een mooie gedachte, dat God er altijd is om ons op te vangen. Het is zijn hand die ons overeind houdt. We hebben niets verdiend, maar ontvangen alles uit genade, door wat Jezus voor ons heeft gedaan.

Wat je ook doet, vergeet nooit dat het Gods hand is die je in balans houdt.

Bijbelgedeelte Psalmen 136: 1-10