Kijkje in jouw hart

door Wilkin van de Kamp

Wat ben ik blij dat God me op pad stuurde om samen met jou in Burkina Faso tot zegen te zijn. Ik weet nog hoe op die ene zondagmorgen dat je in onze kerk sprak, God tegen me zei: ‘Als David je vraagt om mee naar Afrika te gaan, moet je ‘ja’ zeggen.’ Na de dienst ging je mee naar huis om wat te eten en hadden we alle tijd om bij te praten. Pas tegen vier uur in de middag nam je afscheid. Bij de deur draaide jij je nog een keer om en vroeg: ‘Zou je er eens over na willen denken om een keer mee naar Afrika te gaan?’

Als ik terugkijk op de campagne in Ouaga­dougou, kan ik alleen maar zeggen dat ik dankbaar ben dat je, ondanks alle ontmoedigingen en teleurstellingen, trouw bent gebleven aan de roeping die Jezus je gaf: Africa shall be saved! Ik moest steeds weer denken aan de woorden van Paulus: ‘De tekenen van een apostel zijn onder u verricht, in al mijn volharding, in tekenen, wonderen en krachten’ (2 Korintiërs 12:12, HSV). Hoe belangrijk is het dat we volharden in ‘onze’ roeping. Dan zullen tekenen, wonderen en krachten als ‘vanzelf’ ons volgen. Samen met het team hebben we de hemel bestormd: Burkina Faso heeft grote wonderen nodig! En God verhoorde ons gebed.

Ik ben onder de indruk van je bewogenheid voor het Afrikaanse volk. Meer dan ooit besefte ik dat we als Nederlanders best wel fier mogen zijn dat God een jonge Hollandse evangelist gebruikt om zoveel mensen in West-Afrika tot Jezus te leiden. Ik heb je in Nederland nog nooit met zoveel autoriteit het evangelie horen verkondigen (maar dat gaat wel komen). Elke avond brak er een feest los, zoals je dat alleen in Afrika ziet. Het viel me trouwens op dat God veel mensen genas die voor het eerst een keuze voor Jezus hadden gemaakt. Blije gezichten overal. Elke avond ging het dak eraf (ook al was het een openluchtdienst).

Er is zoveel gebeurd. Ik vond het ontroerend te zien hoe God een verlamde jonge vrouw genas, die elf jaar bedelend langs de straat had gelegen, door iemand achter op een scooter was gezet en naar de campagne was gereden. Ik zie haar nog het podium oplopen: haar gezicht straalde! Ik zie ook nog steeds het gezicht van de vrouw voor me die twintig jaar doof was geweest en nu weer volledig kan horen. Of de man die vijf jaar verlamd is geweest en weer kan lopen. En niet te vergeten de blinden die hun gezicht terugkregen. Ik heb op je gelet en zag je ontroering, vooral op de momenten dat God kinderen genas. Zoals dat jongetje dat niet kon zitten of lopen en door God werd aangeraakt. Hij kreeg weer kracht in zijn lichaam, zodat hij voor het eerst in zijn leventje kon zitten. Wat moet ik nog zeggen: zoveel wonderen en zoveel liefde, het was voor iedereen voelbaar.

Waar ik misschien nog het meest van onder de indruk ben, is dat ik in je hart heb mogen kijken. Ik zag hoe je na de eerste avond teleurgesteld was over de voor jou magere opkomst. Na de terroristenaanslag, enkele maanden daarvoor (waarbij dertig mensen werden gedood), waren de inwoners van Ouagadougou bang om ’s avonds de deur uit te gaan. Ik proefde je teleurstelling, maar had grote bewondering voor hoe je de knop omdraaide en het evangelie predikte alsof er 300.000 mensen voor je stonden. Terwijl iedereen onder de indruk was van de grote wonderen die God de eerste avond had gedaan, was jij stil. Gelukkig hadden we elke middag de tijd om elkaars hart beter te leren kennen. Je legde uit dat je natuurlijk blij was dat God zoveel wonderen had gedaan, maar dat je niet naar Burkina Faso was gekomen om een feestje voor de kerken te bouwen (wat natuurlijk vanzelf gebeurde). Ik zag hoe jij je tot doel had gesteld om zoveel mogelijk moslims in deze stad bij Jezus te brengen. En, op enkelen na, waren juist zij de eerste avond thuisgebleven…

Maar de vele wonderen die God op de eerste avond had gedaan, gaven ook de moslims de moed om naar de campagne te komen. Op de laatste avond zagen we hoe God onder andere twee blinden het gezicht teruggaf. Zulke wonderen zullen nooit wennen. Hoe bijzonder is het dat iedereen die op het podium getuigde van zijn genezing een familielid of bekende meenam om de genezing te bevestigen. Er was feest in de stad!

Je had mij gevraagd om op de leiders­conferentie te spreken, die parallel aan de evangelisatie­campagne iedere ochtend plaatsvond. Wat heb ik ervan genoten om de tweeduizend leiders te mogen bemoedigen en hen uit te nodigen om mee te gaan in de wereldwijde bewe­ging van Gods Geest. Drie keer heb je me laten spreken over ‘The power of unity in the Body of Christ: heaven’s key to transform your city’. Kan God in één dag een natie veranderen? Ja, dat kan Hij. Maar nee, dat doet Hij niet. Omdat God wil dat wij het gebed van Jezus vervullen: ‘Opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt!’ (Johannes 17:21, HSV). God belooft de kracht van eenheid vrij te zetten als wij deze weg gaan. Waar broeders en zusters samenwonen (eenheid op basis van vriendschap in Christus) gebiedt God zijn zegen (Psalm 133)! Het is de sleutel tot transformatie van stad en land. Het viel me op hoe onbevangen en hongerig de leiders waren en hoe ze hun zonden beleden die scheiding hebben gebracht tussen de verschillende kerken. Dat raakte mij.

Beste David, ik vind het mooi te zien hoe je in Afrika helemaal op je plek bent en hoe je met zoveel passie mensen weet te winnen voor Jezus. Als je me nog eens nodig hebt, dan weet je me te vinden.

Hartelijke groet,

Wilkin van de Kamp.