Jezus heeft gezegd dat Hij ons ‘vissers van mensen’ zal maken, maar dan moeten we wel vissen op een plek waar vissen zijn. Het lijkt er vaak op dat we vooral vissen in onze eigen badkuip. We hopen binnen de kerk nog een verdwaald visje tegen te komen.

In Lucas 5 lezen we hoe Jezus zijn eerste discipelen roept:

Toen Jezus was opgehouden met spreken, zei Hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’ Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als U het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’ En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren.’

We hebben allerlei ideeën over hoe we de wereld moeten bereiken, maar het allerbelangrijkste is om te vissen op een plek waar mensen zijn. Laten we naar het diepe varen, de wereld ingaan en daar onze netten uitgooien. God is bij machte om mensen binnen te brengen, net zoals deze vissen tegen hun natuurlijke neiging in het net in zwommen.

In vers 7 staat: ‘Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken.’

Dit zegt iets over de eenheid die God wil binnen de Kerk. Kun je je voorstellen dat er in jouw kerk zoveel nieuwe gelovigen binnenkomen, dat je een andere dominee of voorganger moet bellen om hulp? Het kan! Dus vaar naar het diepe en gooi je netten uit!

“Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.”
Lucas 5:10