Het Bijbelgedeelte over Petrus’ bevrijding uit de gevangenis is voor mij een enorme bemoediging. Zijn we in de problemen? Dan bidden we. Bidden we? Dan grijpt God in. Grijpt God in? Dan kunnen we het nauwelijks geloven en beginnen we te redeneren. Doen we dan toch open? Dan staat het wonder (in dit geval: Petrus) voor de deur om ons te vertellen wat er gebeurd is.

Iedereen in dit verhaal had een eigen rol: Petrus zelf, de biddende gemeente, de helpende engel en de hand van God. Maar we vergeten vaak één ding: er was iemand die, vlak voor Petrus’ bevrijding, in de gevangenis belandde. Hem overkwam iets heel anders. Hij werd namelijk níet bevrijd door een engel en verloor zijn leven aan het zwaard. Het gaat om Jakobus, de broer van Johannes…

Als ik nadenk over zijn nabestaanden, kan ik me heel goed voorstellen dat die zich verongelijkt voelden. Waarom Petrus WEL en Jakobus NIET? De antwoorden die zij zochten zijn denk ik de antwoorden die ook wij zoeken in dit leven. Wat zou ik ze graag willen kunnen beantwoorden… Maar het enige wat ik weet, is het leven is zoveel meer dan wij kunnen zien.

Als we nadenken over het verliezen van ons leven, zien we dit vaak als het ergste wat kan gebeuren. Toch geloof ik dat God hier anders naar kijkt. Voor Hem is de dood een stap van de aardse wereld naar de eeuwigheid; de plek waar Hij al op ons wacht. Jezus zegt: “Als je in Mij gelooft zal je de dood nooit zien, maar voor eeuwig leven.” Dat is waar je je als kind van God naar uit mag strekken en je aan vast mag houden. Zijn wij niet meer hier? Dan is Hij er voor ons!