2016-blogs-website-33Ik denk dat ieder mens er diep vanbinnen naar verlangt om werkelijk vrij te zijn. Sommige mensen zijn er zo aan gewend dat ze gebonden zijn, dat ze het niet eens meer zien. Maar als ze dan iemand ontmoeten die werkelijk vrij is, dan trekt dat hun aandacht. Ik geloof dat ieder mens de drang heeft naar die vrijheid.

Zonde zorgt voor gebondenheid, maar God daagt ons uit om anders te zijn dan de mensen in de wereld. In Efeziërs 4:17 (uit de NBG) staat dit: “Dit zeg ik dan en betuig ik in de Here, dat je niet langer mag wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken.” Het is een hele indringende tekst. Hier wordt tegen jou gezegd: jij moet anders zijn! Ik vraag mensen wel eens: wat is nu het verschil tussen jou als christen en iemand daar buiten, die Jezus niet kent? Veel christenen maken dezelfde vieze grapjes, maken dezelfde opmerkingen en denken aan dezelfde zondige dingen als ongelovigen. Kunnen de mensen het aan je aflezen dat er werkelijk iets anders aan jou is?

Even verderop, in Efeziërs 4:19, zegt Paulus “Zij hebben zich immers in hun verdoving overgegeven aan de losbandigheid.” Laat me je een voorbeeld schetsen van wat die verdoving nu precies inhoudt. We kennen veel verdovende middelen op deze wereld en heel veel mensen maken er gretig gebruik van. Om hun zorgen weg te stoppen of om zich gewoon wat prettiger te voelen. Mensen in het ziekenhuis worden ook verdoofd, maar dan om de pijn te verzachten.

Zo moest ik eens naar de kaakchirurg om mijn verstandskies te laten trekken. Niet om je af te schrikken, maar ik ga je wel de realiteit vertellen van hoe het bij mij is gebeurd. Voorop gesteld: ik ben niet zo’n held. Zelfs na zes verdovingsprikken voel ik het nog. Misschien zit het tussen mijn oren, maar die pijn komt bij mij op de één of andere manier altijd terug.

Ik kwam aan in het ziekenhuis, bij de kaakchirurg, ging in de stoel zitten en werd verdoofd. De chirurg kwam eraan met zijn mesje, zijn tangetje en weet ik wat allemaal. Mijn mond was net open en voordat ik het wist, was de eerste kies eruit. Ik voelde er niks van! De tweede kies werd wat lastiger en het duurde steeds langer. Ik dacht bij mezelf: dit gaat niet goed! Vervolgens kwam de assistente erbij en die had een soort stofzuigertje; via een doorzichtig slangetje zag ik het bloed uit mijn mond weggezogen worden. Ik begon me nog iets meer zorgen te maken: wat gebeurt hier en waarom duurt het zo lang? De chirurg zette de tang erin en trok flink aan de kies. Uiteindelijk kwam hij eruit. Halleluja! Maar wat bleek nou: hij was afgebroken! De wortels zaten nog ergens diep onderin mijn kaak…

De kaakchirurg ging vrolijk met zijn mes aan de binnenkant van mijn tandvlees aan de slag. Na lang wrikken en porren (hij zette nog net niet zijn voet op mijn borst) kwam ook het laatste restje wortel eruit. Ik werd gehecht, dacht klaar te zijn en wilde alweer opstaan. ‘Meneer, meneer. Blijft u even zitten. U heeft heel wat bloed verloren!’ Het was niet prettig toen de verdoving begon uit te werken. Ik probeerde met mijn tong te voelen wat er allemaal gebeurd was, en het voelde alsof mijn tandvlees een grasveld was geworden. Het stak alle kanten op, zeg maar.

Let op, ik ga nu weer terug naar het punt dat ik duidelijk wil maken. Dit is precies zoals de duivel werkt. Nu wil ik die arme kaakchirurg niet met de duivel vergelijken, want hij heeft mij tenslotte wel geholpen! Maar zijn strategie komt lichtelijk overeen met wat de duivel probeert. Als de duivel ons verleidt met alle dingen van de wereld, voelt het eerst fijn. Maar de kater komt later. Is dat waar of niet? In één moment, in een bevlieging, worden je dingen voorgeschoteld die heel even fijn lijken. Maar als je alleen thuis bent, als je op je bed ligt en erover nadenkt, dan heb je spijt van de dingen die je hebt gedaan.

En zo ging het ook bij de kaakchirurg. Ik ging liggen, werd verdoofd en voelde niets van wat er in mijn mond werd aangericht. Maar toen ik thuiskwam, voelde ik pas de pijn van wat er daarbinnen was gebeurd. En zo probeert de duivel ook in mensenlevens te werken. Hij spiegelt je iets moois voor en je lijkt zo vrij, maar ondertussen gaat hij met je aan de haal.

De wereldse definitie van vrijheid is heel anders dan Gods definitie. Iemand in de wereld zou het volgende tegen je kunnen zeggen: ‘Joh, jij bent christen. Je bent absoluut niet vrij, want je mag dit en dat niet. Ik ben vrij; ik kan doen en laten wat ik wil. Als ik zin heb om me elk weekend te bezatten, dan doe ik dat toch gewoon.’ Als christen kun je dan gaan denken: ben ik eigenlijk wel zo vrij?

Sommige mensen zeggen bijvoorbeeld: ik ben vrij om te roken of te blowen. Maar een feit is dat het verslavend kan werken! Zo is het ook met pornografie, seksuele onreinheid en andere dingen. Je doet het één keer. Maar één keer wordt twee, twee keer wordt drie… enzovoort! Totdat je vastzit in een net waar je niet meer uit komt. Je durft er niet meer over te praten en je kwijnt steeds verder weg. En daar zit je dan in je zogenaamde vrijheid…

Nu is mijn vraag aan jou: doen en laten wat je maar wilt, is dat echt vrij zijn? Ik geloof dat ware vrijheid niet gaat om zomaar doen wat je zelf wilt. Ware vrijheid is dat je nergens aan gebonden bent, nergens aan vast zit. En alleen Jezus kan je de enige ware vrijheid bieden!